Het wordt me moeilijk duidelijk. Terwijl de helft van mijn collega's afzwaait naar andere oorden, zit ik achter mijn computer te zweten. Brussels by sunlight... dat wordt het dit jaar. De lucht klampt aan en ik bereid me voor op een tweetal maanden ozon slikken. Reisliefhebber die ik ben, heb ik het er moeilijk mee dat al het buitenlands moois dit jaar aan mij voorbij gaat. Kindjes willen huisje kopen dus moeten ze consequentie ervan dragen. Dit jaar geen reis, ook geen snelle bestemming in Frankrijk of Spanje. Het budget snoert het corset aan. Het nieuwe appartement staat te wachten op een laagje verf.
"We hebben de eerste twee maanden spaghetti gegeten nadat we dit optrekje hadden gekocht", ik hoor het de verkoper van ons appartment nog zeggen. En kijk wat vind ik vandaag in mijn lunchpakket: koude spaghetti. Het heeft meteen iets minder romantisch. 's Nachts droom ik van boze huiswaarders die me komen wijzen op dat uitje van gisteren of dat lekkere restaurentje. Mijn ouders kijken over zijn schouder mee. "Zie je nu wel dat je voorzichtig met je centen moet omspringen! Hier in Antwerpen - lees: dicht bij ons- hadden jullie zo iets goedkoper kunnen hebben".
Deze meid werd verliefd op Brussel. Na een jaar was in Brussel blijven niet eens een keuze meer, maar gewoon een evidentie. Deze stad verleidde me en blijft me verleiden met haar diversiteit en haar chaotische charme. Op politiek vlak een uitdaging, op cultureel vlak een must, al was het alleen al om alle talen die mijn oren dagelijks verwennen.
Daarnaast is er het onbetaalbare comfort van naast je deur werken: 's morgens om achten opstaan en toch op tijd zijn. 's Avonds genieten van je vrienden en één van de duizenden cafeetjes zonder aan de laatste trein te moeten denken. Dat allemaal op de koop toe zonder files. Het pendelaarsstereotiep van het ambtenarenbestaan laat ik met plezier aan mijn collega's over. Die tijd krijg je nooit terug.
De kost daarvoor is dat je een pak meer centen moet neertellen als je je eigen stekje wil. En dat is spijtig. Brussel zou er nochtans wel bij varen dat er meer mensen dus ook andere dan de meer gefortuneerden in de stad bleven. Die zouden er mee op kunnen wegen dat de stad leefbaar blijft. Een gezonde sociale mix is oh zo belangrijk.
Gelukkig is Brussel met al haar diversiteit dè stad bij uitstek voor de fijnproever die van goedkope, maar lekkere dingen houdt. In Antwerpen ben je in een trendy resto al snel 15€ kwijt voor een doodgewone pasta. Brussel heeft talrijke plekjes waar je voor minder dan de helft terecht kan.
En van dat kleine doekje voor het bloeden ga ik deze zomer - slecht geweten of niet - dan ook volop gebruik maken. Om het met de woorden van Johan Verminnen te zeggen: "Ik neem vakantie in mijn straat".
En al bij al is dat misschien de belangrijkste reden voor iemand als ik, om zo weg te zijn van deze stad: elke dag brengt iets nieuws, elke dag in Brussel is er... één van een hele lange vakantie.
Anke